Als garnering gebruik ik slagroom en chocoladeschaafsel. Voor het chocoladeschaafsel kun je met een kaasschaaf lang een reep pure chocolade schaven, of volg mijn uitleg over chocoladeschaafsel maken.
Voor de vulling van de rijstevlaai gebruik ik dessertrijst van Lassie (niet gesponsord). Deze rijst is al voorgekookt, waardoor de rijstepap sneller klaar is. Gebruik je een andere soort dessertrijst, controleer dan goed de kooktijd op de verpakking en voeg eventueel extra melk toe zodat de rijstvulling niet te droog wordt en je een smeuïge vulling krijgt.
Traditioneel worden vlaaien redelijk heet gebakken en is 220 °C onder- en bovenwarmte een goede temperatuur om de vlaai en de bodem van de vlaai goed gaar te krijgen. Dat werkt goed voor mij en levert heerlijke vlaaien op. Uit de vele reacties begrijp ik dat deze temperatuur bij sommigen een te donker resultaat oplevert.
Wil je liever iets minder risico nemen op een donkere vlaai? Dan kun je de rijstevlaai ook bakken op 200 °C. Nog lager zou ik niet adviseren, want dan moet de rijstevlaai te lang in de oven blijven, waardoor het deeg aan de randen sneller uitdroogt.